Met de stroom mee? Hm…

Over enkele dagen gaat Overstroomd naar de drukker. Afgelopen dinsdag heb ik voor de allerlaatste keer bij Lemniscaat de proef doorgenomen en de laatste dingetjes met de bureauredacteur doorgenomen. Voor ervaren auteurs is dit misschien een peulenschil (ik zeg misschien, want wat me inmiddels wel is opgevallen, is dat haast iedere auteur moeite heeft om zijn of haar boek te laten gaan), maar voor een debutant zoals ik… Nu kan ik er niets meer aan veranderen. Na al die redactierondes, vanaf het prille begin boven in mijn zolderkamer, tot aan de allerlaatste op het bureau (keurig opgeruimd na de stroomstoring dinsdag) bij de uitgever, is mijn boek af.

Hoewel het steeds echter wordt, kan mijn hoofd er nog steeds niet altijd bij. Vorig jaar om deze tijd had ik net de stap genomen iets op het ‘proeflees’-forum van SchrijvenOnline te plaatsen. Met kloppend hart en bibberende handen wachtte ik de reacties af. Die waren over het algemeen goed, enthousiast, en opbouwend. Ik vond er mijn proeflezers en toen ik in september aan de Grote Herschrijf begon (de allereerste keer dat ik zo’n groot schrijfproject ging herschrijven), stuurde ik hen met nog harder kloppend hart en nog meer bibbers mijn eerste hoofdstukken op. Vreemden! Die mijn verhaal gingen lezen! Het was doodeng!

Maar ze waren heel erg enthousiast. En spoorden me aan meer op te sturen. En snel. Dus werkte ik harder, en nog wat harder. Tot ik in januari een herschreven manuscript had dat ik na nog een maand dubben en priegelen verzendklaar achtte. Lemniscaat reageerde tien dagen nadat ik Overstroomd had opgestuurd, of ze meer konden lezen dan de drie hoofdstukken die ik had uitgeprint. Een aantal weken later had ik mijn eerste (erg gezellige) afspraak met de redacteur YA en literatuur.

En wat ik nu zou willen zeggen, kán ik verd#@&! nog niet zeggen:

The rest is history.

Het grootste moet namelijk nog gebeuren: dat mijn boek een écht boek wordt, namelijk een gelezen boek. Dat niet alleen in mijn hoofd en een tiental andere hoofden Max en Nina gaan leven, en dat de wereld van de Vijf Gewesten ineens ook buiten mij gaat bestaan.

Diepe zucht. Geduld is een schone zaak en meer van dat soort (on)zin.

Je merkt het: ik ben in een nogal Melodramatische Bui. Het liefste zou mijn hoofd dit moment tot kantelpunt maken. Zo’n moment waarop je over een jaar of twee zegt: ja, toen veranderde álles. Het jaar 2012 was het jaar waarin ik schrijfster werd. Eigenlijk wil ik dus gewoon weten waar het water in deze voortrazende rivier gaat uitkomen. Maar daarvoor moet ik wel eerst met de stroom mee. (Sorry voor deze suffe zinspeling: komt van te veel BBC antiekprogramma’s kijken, daar zijn ze er een meester in, ha ha)

Alleen heb ik te vaak de neiging om rechtop te willen staan. Ik voel me een beetje zoals zo’n zalm die probeert tegen de stroom in te zwemmen (ik blijf maar doorgaan, hè?). Ga ik het redden, die hele weg? Ik vind het stiekem wel een goeie kwaliteit, dat tegendraadse, maar het is alleen niet zo handig als je er jezelf mee in de weg zit. Dát moet ik nog leren.

Nu ja. Genoeg gezwolgen. Eerst maar eens op vakantie.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

3 thoughts on “Met de stroom mee? Hm…

  1. Ik kan je heel goed begrijpen. Je eerste échte boek. Dat is waar je als (aankomend) schrijfster altijd van hebt gedroomd. En nu staat die droom op het punt om uit te komen. Spannend. En het mooie van uitkomende dromen is dat je dan weer een nieuwe droom kunt gaan najagen! Zoals één van mijn favoriete auteurs al zei: “Niets is beter dan een droom om een toekomst te creëren.” (Victor Hugo) Dus als het nodig is, zwem je tegen die stroom in. Go live your dream, Eva!

  2. Dank je voor je hartverwarmende reactie, Marijke! En tegen de stroom inzwemmen, daar ben ik een kei in! (Je moet m’n arm- en beenspieren eens zien 😉 )

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.