Waarom schrijft een historica een toekomstroman?

Omdat ik veel positieve reacties had gekregen op mijn praatje bij de boekpresentatie van Overstroomd zet ik het bij deze ook op mijn blog.

“Omdat ik allesbehalve de geschiedenis in wilde duiken, toen ik het idee voor Overstroomd kreeg. Tja, dat klinkt weer vreselijk zwaar (en misschien is dat ook wel een beetje zo). De meesten van jullie weten wel dat mijn proefschrift me nogal wat hoofdbrekens heeft gekost. Overstroomd was geen vlucht naar het verleden, maar een vlucht in de toekomst.

Ach ja, de toekomst… Daar waande ik mij veilig. Ik kon er bedenken wat ik wilde zonder ergens aan vast te zitten. Op mijn zolderkamer schreef ik het verhaal dat ik wilde schrijven, zonder me (zoals ik gewoonlijk placht te doen) druk te maken om wat anderen ervan zouden vinden. Hoe naïef kun je zijn? Niets komt voort uit niets. En het verleden haalt je altijd in. (Je eigen verleden voorop.) Het zal dan ook niemand verbazen als ik constateer dat Overstroomd boordevol geschiedenis zit.

Allereerst mijn persoonlijke geschiedenis, (en daar mogen bekenden van mij op gaan broeden, want ik ga er hier niets over zeggen), maar het mooiste vind ik hoe de vlucht naar de toekomst juist de terugkeer naar het verleden, naar mijn proefschrift, ook heeft mogelijk gemaakt. Want veel van dezelfde kwesties en dezelfde vragen die in Overstroomd zo belangrijk zijn, staan centraal in mijn onderzoek naar de beleving en herinnering van kamp Westerbork, het grootste doorvoerkamp voor Joden in Nederland in de Tweede Wereldoorlog.

Westerbork was begonnen als vluchtelingenkamp voor Duitse joden, tot het door de Duitse bezetter werd overgenomen om als doorvoerkamp naar de kampen in het oosten te fungeren. Het kamp was als een kleine, Joodse stad op de kale Drentse heide, met haar eigen rangen en standen, een gedwongen maatschappij in het klein. Joden werden gedwongen mee te werken aan de eigen deportatie. In ruil voor hun hulp konden ze voor kortere of langere tijd van transport worden gevrijwaard. Dit stelde mensen voor onmogelijke keuzes.

De afgelopen zes jaar heb ik onderzoek gedaan naar hoe mensen hun verblijf in dit kamp beleefden en hoe ze hierop terugkeken. Dat was niet makkelijk. Je ziet mensen op hun allerkwetsbaarst, helemaal náákt. Holocaustonderzoek dwingt je op een heel fundamentele manier naar de mens te kijken. Het is ontluisterend werk en roept vragen op die niet één-twee-drie te beantwoorden zijn: in hoeverre kunnen individuele mensen in moeilijke situaties verantwoordelijk worden gehouden voor hun daden? In hoeverre is onrecht een menselijk product, in hoeverre het resultaat van de toevallige loop der dingen? Een manier om met dit soort vragen om te gaan vond ik op een plek die ik niet had verwacht.

Ook in Overstroomd gaat het immers over in- en uitsluiting; in de Vijf Gewesten zijn het Drogen die Natten onderdrukken en discrimineren. Net als in Westerbork komen mijn fictieve personages voor keuzes te staan die bij nader inzien nauwelijks echte keuzes lijken te zijn. Wat kies je als je een naaste kan redden, maar daarvoor anderen moet opofferen? In kamp Westerbork was deze kwestie aan de orde van de dag en daar worstelen overlevenden tot op de dag van vandaag mee. Wat doe je als je als onderdrukte je familie een beter leven kan geven door voor je onderdrukker te gaan werken? Ik had pas bij het herschrijven van het betreffende hoofdstuk van mijn proefschrift door hoezeer de wadlopers uit Overstroomd lijken op de prominente joden uit Kamp Westerbork. Die stonden voor precies hetzelfde soort dilemma. De scheidslijn tussen dader en slachtoffer is soms heel dun: voor veel kampingezetenen van Westerbork waren deze prominenten op zijn minst medeplichtig aan het drama. Mensen lijken zelden uitsluitend en volledig in de ene of de andere categorie te vallen (wat overigens niet wil zeggen dat er geen echte daders en slachtoffers bestaan, die zijn er wel degelijk). Zoals velen van jullie weten, ook in Overstroomd zijn deze grenzen niet absoluut.

Bovenal gaat Overstroomd over de verhalen die mensen over zichzelf aan zichzelf vertellen. Dit zag ik ook in de memoires van de overlevenden van Westerbork. Om moeilijke keuzes voor zichzelf te verantwoorden, om in eigen ogen nog een goed mens te kunnen zijn, verwerken overlevenden de onmogelijke keuzes waar ze voor stonden in hun levensverhaal; de keuzes krijgen daarin een betekenis, voor zover dit mogelijk is. Mensen hebben houvast aan deze verhalen, en durven ze daarom vaak niet los te laten. Niemand wil immers herinnerd worden aan eventuele fouten met soms vreselijke gevolgen. Alleen heeft wat wordt genegeerd, altijd weer de neiging aan de oppervlakte te komen..

Zo vertellen Drogen zichzelf het verhaal van de overwinning op het water, maar kunnen ze niet zien dat dit verhaal een schild is, even belangrijk als de fysieke muur die de Gesloten Gemeenschappen van de Natte buitenwereld scheidt. De Gouverneur van het Vijfde Gewest heeft voor zichzelf een verhaal verzonnen over wat er op de school van zijn dochter, het Vasteland, is gebeurd, waarmee hij zichzelf nog in de ogen kan kijken. De Natte jongeman Liam is er vast van overtuigd dat zijn verhaal, zijn idealistische toekomstbeeld uit gaat komen, ongeacht de middelen die hij daarvoor moet gebruiken. Droge Nina wil haar verhaal eerst niet opgeven, het is té confronterend, maar haar ontmoeting met de Natte Max maakt dit onvermijdelijk.

Overstroomd en mijn historisch onderzoek zijn dus twee loten aan dezelfde stam. Het zijn twee verschillende manieren waarop ik deze moeilijke kwesties probeer te begrijpen. Hopelijk help ik daarmee niet alleen mijzelf, maar ook anderen.”

Dat was de tekst (als je tot het einde hebt doorgelezen 😉 )

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.