Jubileumfeest

Een trolleywagentje met 36 cakejes en mijn nieuwe jaren vijftig snit jurkje; daarmee stapte ik gistermiddag op de metro richting Capelle aan de IJssel. Geen hakken, want het feest zou plaatsvinden in een weiland, dat van de plaatselijke scouting. Door mannen in judopakken werd ik ter plekke verwezen naar een donker uitziend bosje, waarachter het allemaal zou gebeuren. Ik leverde mijn cakejes af aan de Grote Illustratrice. Zij maakte van alle baksels een waar eetbaar wonderkasteel. Ik was jaloers op haar playmobilpoppetjes, maar durfde niet te vragen waar ze die vandaan had.

Er waren veel mensen. Een gok ga ik niet wagen, maar gezien mijn eerste reactie (ren & vlucht) waren het er echt veel. Toen sprak iemand me aan. Het was een piraat, die bij nader inzien ook auteur bleek te zijn. We spraken over donderbussen en andere dingen. We werden geïnterrumpeerd door twee heren die zichzelf aan het publiek voorstelden als de Gebroeders Grimm. Zij deelden prijzen uit aan diegenen die zich als het mooiste sprookjesfiguur hadden verkleed. Blauwbaard won. Prinsessen, veel Roodkapjes en grootmoeders en nog een enkele piraat die naar eigen zeggen inmiddels troubadour was, dropen teleurgesteld af. Er volgden nog meer verhalen, van de jarige(n) zelf, (het was immers een jubileumfeest) en er werden cadeaus uitgedeeld, waarna er werd geklapt, want zo hoort dat.

Nadat ik een bordje met eten had weten te bemachtigen was het zaak een plekje te vinden, een hachelijk moment op een feest. Ik was de piraat uit het oog verloren, maar vond hem weer terug naast een auteur die als zichzelf was gegaan en haar dochter die een grote fan was van Johnny Depp. Om dat laatste kan ik iemand alleen maar prijzen. Alleen bleek zij niet op de hoogte te zijn van enkele cruciale rollen in Depp’s carriere, zoals die van Tom Hanson in 21 Jumpstreet. Dat heb ik rechtgezet. Toe at ik at witte chocolade en frambozen monchoutaart en wil de maker daarvan bij deze zeggen dat zijn Kunst op meerdere terreinen ligt.

Toen kreeg ik leuk nieuws en werd ik voorgesteld aan iemand (waarover wellicht later meer) door nog een auteur. Met haar bracht ik zo goed als de rest van de avond door. Die ontwikkelde zich zoals zo’n avond zich nu eenmaal ontwikkelt, maar was wel ontzettend vermakelijk, zeker nadat voornoemde auteur en ikzelf plaatsnamen voor in een tent vanwaaruit we het overzicht hadden op links, de coverband en de dansvloer (waar verschillende auteurs en Lemniscaters en aanhang om beurten dansten op muziek van Grease & Aretha Franklin, dat zijn de enigen die ik heb onthouden, o, met een intermezzo van K3), en rechts de tafeltjes met mensen die nog aan het dubben waren. We wisselden het onontbeerlijke roddelen af met diepzinnige vragen en wezen elk verzoek voor de dansvloer af. Ik had zo’n schoolfeestgevoel gemengd met een vleugje opwinding. Ik deed wel en niet alsof.

Ik sprak nog meer bekenden en zag het langzaam donker worden. Ik zag heel mooie dingen, zoals de franje aan de randen van de Duizend-en-één-nachttenten, die blauwgolvend ruiste. Ik dronk veel wijn en was soezerig aangeschoten en een beetje vervreemd.

Tevreden wiegend wandelde ik tegen middernacht terug naar de metro.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.