Verhaal met een eigen wil

aantekenschriftjeIk dacht altijd dat ik wel wist wat voor een schrijver ik was. Ik dacht ook dat daarin niet zoveel zou veranderen.

Tot ik met mijn huidige project aan de slag ging.

Ik begon op mijn vertrouwde manier. Eerst leerde ik de belangrijkste personages kennen, ik schreef over ze, legde woorden in hun monden om te kijken of ze pasten, probeerde gevoel te krijgen voor wat hen dreef. Vervolgens schreef ik het plot uit. Schetsmatig, geen precieze scènes, behalve enkele sleutelscènes, ik houd er niet van als ik al precies weet wat ik schrijven moet. In het echte leven probeer ik mezelf volledig in te bouwen tegen welke calamiteit dan ook, in mijn verhalen wil ik verrast worden. Mijn personages moeten maar tegen een stootje kunnen (en dat kunnen ze misschien wel beter dan ikzelf). Toen begon ik te schrijven, vanaf het begin. Want ik begin altijd bij het begin.

Een tijdje leek het goed te gaan. Personages spraken de woorden uit die ik hun toebedeelde, het plot dichtte zich al schrijvende aaneen tot een, al zeg ik het zelf, lekker spannend geheel. Het verhaal kwam tot leven.

Maar toen stokte ik. Halverwege ongeveer.

Ineens wilde het niet meer. In ieder geval niet op de manier waarop ik het wilde. Waar gewoonlijk het verhaal enkele scènes op mijn typende vingers vooruit liep, leek ik nu zelfs achter te lopen. En met iedere poging om door te schrijven, zette het verhaal nog meer de hakken in het zand.

Ineens besefte ik het: ik moet ophouden met mij te verzetten. Blijkbaar wil mijn verhaal iets anders. Blijkbaar wil het niet van begin tot eind geschreven worden, maar wil het op een andere manier tot leven gewekt worden. In plaats van dat het verhaal zich tot mij moest voegen, moest ik mij voegen tot het verhaal.

Nu zit ik midden in een scène, midden in het verhaal. Straks spring ik vooruit in het verhaal, morgen ga ik terug in de tijd. Ook heb ik een klein schema geschreven, het plot wilde graag meer duidelijkheid. De personages hebben nu geen enkele moeite meer met de woorden die ik in hun monden leg. Allemaal in dienst van het verhaal.

Ik geef je een waarheid als een koe: zoveel schrijvers er zijn, zoveel wijzen waarop er geschreven wordt. En zoveel boeken er zijn, zoveel wijzen waarop die boeken geschreven willen worden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.