Topsport

‘Ik heb goed nieuws voor u,’ zei de verpleegkundige.

Ik liep de trap al op naar mijn man die boven was, de telefoon trilde in mijn hand. Vanaf half negen ’s ochtends konden we gebeld worden met het nieuws over de ontwikkeling van onze cellen, sinds zij donderdag bij elkaar waren gebracht. Het was nu, zondagochtend, bijna tien uur.

‘Ja, echt? Goed nieuws?’

Ik wilde dat ze het herhaalde.

‘Ja, goed nieuws, mevrouw. Vanmiddag krijgt u een terugplaatsing.’

We bespraken de tijd, waar ik moest wachten, hoe lang van tevoren ik er moest zijn, en dat ik een volle blaas moest hebben, zodat ze goed konden zien wat ze deden wanneer ze het embryo in de baarmoeder zouden inbrengen. Ik herhaalde de tijd een paar keer, zij bevestigde die telkens opnieuw.

Toen hingen we op. En kwam de ontlading.

Ik bedacht me dat van hoop naar vrees gaan en weer terug niet slechts woorden waren, het was iets wat je ook echt dééd, een fysieke beweging als van locatie A naar locatie B, zwaar bepakt en met soldatenkisten aan je voeten. Het was topsport en ook al was ik pas drie dagen onderweg, ik was kapot. De luchtkastelen die je in die tijd kunt bouwen zijn wondermooi en reuzegroot. Maar even makkelijk verbrokkelen ze en vallen in pesterige stukjes van wat had kunnen zijn ver naar beneden.

Vandaag had ik een brokje weten op te vangen.

 

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.