Schatten op zolder

Iets meer dan een week geleden vroeg mijn oma mij of ik op zolder kon kijken waar haar twee gouden horloges waren. ‘Ze moeten daar ergens liggen, lieverd. In een doosje.’ Nu had ik toch al het plan opgevat om nog eens blik op de zolder te werpen, waar ik zo’n tien jaar eerder stapels oude brieven had ontdekt. Ik duwde de scootmobiel aan de kant en trok het luik naar beneden.

Zoals het een rommelzolder betaamt was het er bitterkoud (beneden stond de verwarming op 25 graden) en rook het er naar oud en vergeten. De ruimte onder het puntdak werd in het midden gescheiden door een enorme kledingkast, type praktische jaren zeventig, en tegen de beide bakstenen muren stonden lang ongebruikte logeerbedden, ouderwets opgemaakt met dekens en sprei. Aan de muren hingen her en der schilderijtjes, een grote foto van de familie gemaakt toen ik acht was en – tot mijn grote verbazing gezien mijn door en door protestantse familie – een Jezus aan het kruis.

Ik trok laden open, keek onder de bedden, wurmde me tussen de grote kast en het traphekje door en haalde de tuinmeubelen en grote dozen die daarachter lagen opgestapeld omver. In de grote kast stak ik mijn neus in muffige wollen jassen, duwde ik oude boeken van mijn grootvader uit de weg en ging ik op de stoel ervoor staan om te kunnen zien wat erachter lag.

Heel veel doosjes. Maar geen een met gouden horloges. Op mijn oma’s zolder vond ik heel andere dingen.

?????????? Ik vond een plastic mandje vol met netjes bewaarde oude gloeilampen waar ik om moest glimlachen. Ik vond een schoenendoos vol gestorven mensen verpakt in enveloppen met grijze en zwarte randjes waar ik een beetje stil van werd. Er was een door de kinderen in elkaar geknutseld werkje genaamd ‘Heit in de VUT’, waarin mijn opa (en oma) na 40 jaar hard zwoegen het paradijs wordt beloofd (een midweek in een bungalowpark in Nederland). En in de kast stonden minstens vijf opbergkistjes vol met vakantiedia’s uit de jaren zestig tot tachtig, en erbovenop een plastic zak gevuld met nooit verstuurde ansichtkaarten van alle landen – steeds verder van die mooie stad achter de duinen – die mijn grootouders ooit hadden bezocht. ??????????

Ik stuitte op nog veel meer. Schoenendozen met tientallen krantenknipsels over het bevrijdingsjaar 1945 en de feesten die er in Drachten werden gehouden, opa’s archiefje over de kerkscheuring van het jaar daarvoor (zelfs in tijden van oorlog gaat het gewone leven door), een uitgescheurde advertentie van de F.A.M. snel-wasmachine. (U bent geen machine! Laat ONS voor U het werk doen), een breipatroon voor een babypakje (drie maanden), nog meer dozen met foto’s en negatieven en papieren, et cetera.??????????

Vergeet die gouden horloges, ik vond een echte schat.

‘En heb je het kunnen vinden?’ Oma keek met benauwde blik toe hoe ik de vlisotrap afdaalde. Het luik viel met de spreekwoordelijke klap dicht. ‘Ja hoor, ik heb het kunnen vinden.’

 

Dit was het derde grootmoedersblog. Gedurende het onderzoek voor mijn volgende non fictieboek over de levens van mijn twee grootmoeders in de twintigste en een-en-twintigste eeuw zal ik geregeld verslag doen van de verhalen die ik tegenkom.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.