Uit voorraad leverbaar

Dertien was ze, toen werd Gerda voor het eerst ‘uitgeleend’. ‘Heb je er nog eentje?’ had haar opa zijn dochter naar goed gebruik gevraagd. Een zoon van hem had een meisje nodig in huis en voormalig dienstbode Gerridiena had vijf dochters. Daar kon ze er wel een van missen.

Gerda kwam bij haar dure oom Herman en tante Rika in de Walstraat in Zwolle te werken. Eén herinnering aan haar eerste dienstje staat haar nog altijd helder voor ogen: als ze bezig was in de keuken kwam de broer van haar tante wel héél dichtbij haar staan.

Het dienstje bij familie was de opmaat voor een reeks aan betrekkingen bij familie en vrienden.
‘Uit voorraad leverbaar zeg ik altijd. (…) Was de collega van m’n vader z’n vrouw ziek en dan zei hij: daar kun jij wel eens even helpen. En er was een keer een vriendin van T.. Die had de pols gebroken, de moeder, en daar heb ik ook zes weken moeten helpen. En je had niets in te brengen. Of ik nou zei dat ik er een hekel aan had of wat ook.’ ‘Ik zei wel eens: ‘Dat kan ik niet volhouden.’ Antwoord moeder: ‘Da went wel.’ En ze had nog gelijk ook,’ schreef mijn oma in haar memoires.

Na een paar jaar aan familie uitgeleend te zijn geweest, volgden meer officiële baantjes. Zoals bij een tandarts in Zwolle die haar op de lijst zette als assistente in de praktijk, zo had hij mooi een belastingvoordeel. Ook in Tilburg, waar ze in 1937 naartoe verhuisde, moest ze werken, onder andere have dagen in een pension, waar het wel ‘gezellig’ was, maar ‘uitgerekend verdiende je een dubbeltje per uur.’ Het geld ging direct terug naar moeder Gerridiena. Gerda kreeg zakgeld: vier dubbeltjes. ‘Een dubbeltje voor de korfbal, een dubbeltje voor de meisjesvereniging, een dubbeltje spaarde ik voor verjaardagen en dan had ik nog een dubbeltje over.’ Per week.

‘Ik vond het niet erg hard te werken,’ zei mijn grootmoeder een half jaar geleden tegen mij. Ik was bij haar op bezoek in het verpleeghuis, waar ze al jaren verbleef. Ook haar dienstbodenwerk?, vroeg ik. ‘Nee,’ was haar korte, krachtige antwoord. En ze praatte verder over de dagen die ze met haar vader op zijn volkstuin doorbracht. Dáár hard werken, dat was niet erg.

Mijn oma is meer dan tien jaar dienstbode geweest. Zij was een van de 250.000 meisjes in Nederland in de jaren dertig die een betrekking hadden, zoals dat met een duur woord heette. Tien jaar leidde zij een leven dat maar half van haarzelf was. Tien jaar was ze telkens opnieuw bij, vaak vreemde, mensen in huis. Mensen die altijd en overal wat van haar wilden en aan wie ze compleet ondergeschikt was, net zoals ze dat thuis was. Pas de laatste jaren liet ze er af en toe iets over los, als ik haar naar haar verleden vroeg. Uit zichzelf heeft ze er nooit veel over gesproken. En sinds ze drie maanden geleden overleed, kan ik haar er niet meer naar vragen.

Voor mijn oma was er slechts een uitweg uit dit benauwde bestaan. In 1946 trouwde ze met mijn opa.

 

Dit was het vierde grootmoedersblog. Gedurende het onderzoek voor mijn volgende non-fictieboek over de levens van mijn twee grootmoeders in de twintigste eeuw zal ik geregeld verslag doen van de verhalen die ik tegenkom.

Bronnen:
Wikipedia: lemma ‘Dienstboden’ http://nl.wikipedia.org/wiki/Dienstbode
Privécollectie Eva Moraal: interviews met mijn grootmoeder Gerda Moraal-ter Hennepe d.d. 3-11-2007, 6-12-2012 en 28-12-2013, memoires Gerda Moraal-ter Hennepe.
Verder lezen:
Henkes, Barbara, & Hanneke Oosterhof (1985). Kaatje, ben je boven? : leven en werken van Nederlandse dienstbodes 1900-1940, SUN, Nijmegen. 192 p. Herdr. in 1989.
Tialda Hoogeveen, Alstublieft mevrouw! Een geschiedenis van de Nederlandse dienstmeisjes, 2014, Uitgeverij Thomas Rap, ISBN 9400402392.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.