Vrolijk Pasen!

Er waren zoveel dingen waarover ik deze week had kunnen schrijven.

Ik had een blogje kunnen wijden aan hoe ik iedere keer als ik de wachtkamer binnenkom verbaasd ben over al die verschillende stellen die ik daar aantref en die hetzelfde ondergaan als wij. Het niet kunnen krijgen van kinderen is zowel een intens persoonlijke als een door velen gedeelde ervaring. Dit besef drong nog sterker tot mij door toen we afgelopen dinsdag in de wachtkamer op kennissen van vroeger stuitten. Twee werelden botsten. Het voelde herkenbaar en vreemd, ik voelde me opgelaten en opgelucht tegelijk.

En natuurlijk zijn er juist nu overal eitjes. Grote, kleine, egale, gespikkelde, gestreepte, geblokte, echte, onechte, zoete, hartige. Ontelbaar veel eitjes. In de supermarkt kun je pluizig gele kuikentjes op een bedje van stro kopen en bij de bakker staren Paashaas chocolade-ogen me uiterst verleidelijk aan. In berichtjes en aan de telefoon vertelde ik mijn familie en vrienden gekscherend dat ook ik aan het broeden was en dat ik bij iedere echo aan het eieren zoeken was. Ik zag de woorden van mijn tekstje al voor me, net als de reacties. En wat te denken van een oogst op Goede Vrijdag, en een mogelijk nieuw leven op Paasmaandag?

Maar ik kwam er niet toe. Deze week was ik een beetje in mezelf opgesloten. Mijn denken kwam niet verder dan mijn eigen schedel, mijn voelen ging niet verder dan mijn eigen huid. Dan kun je nog zoveel delen, maar blijft je kommer toch je eigen kwel.

Een uurtje geleden kwam ik thuis van het ziekenhuis. Dit keer draaide de verpleegkundige tijdens de punctie Tom Waits’ Midnight Lullaby. ‘And dream, come on and dream, come on and dream, and dream, and dream…’

Ik lig op de bank met een beurse buik. Negen follikels leverden vier eicellen op, precies evenveel als de vorige keer. Zal het genoeg zijn?

Intussen eet ik toch maar een gekookt eitje.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.