Zichtbare en onzichtbare muren: Overstroomd als spiegel?

In Overstroomd hebben de Drogen zich letterlijk en figuurlijk verschanst achter hun hoge muren. De gevaarlijke, overstroomde buitenwereld bestaat gewoonweg niet in hun veilige afgesloten wereldje. Nina herinnert zich de spaarzame keren dat ze in de geblindeerde auto naar buiten ging vooral als een spel. ‘Ik kan naar buiten kijken, mensen niet naar binnen. Vroeger vond ik dat leuk en spannend. Isa en ik speelden spelletjes; dat we op geheime, Natte missies waren buiten de twee Gesloten Gemeenschappen.’ Dit spel leerde haar tegelijkertijd een les: binnen is veilig, buiten niet. Wanneer ze met haar privé-chauffeur door de toegangspoort naar buiten de Wijken in rijdt, constateert Nina met gemengde gevoelens: ‘We rijden de overstroomde wereld binnen.’

De Drogen kijken vanachter hun dikke muren naar de gewelddadige, boze buitenwereld. Als het geweld door de aanslagen van de Nationale Alliantie tegen Terreur en Onderdrukking eenmaal binnendringt, is de initiële reactie er één van ongeloof en meteen daarna van angst, wantrouwen en repressieve acties. Waar de Drogen echter niet bij stilstaan is dat het geweld niet alleen buiten de muren aanwezig is en naar binnen wil, maar dat het geweld net zo goed al in hun eigen midden aanwezig is. Het geweld zit in henzelf. Want de Drogen sluiten de Natten niet alleen letterlijk maar ook figuurlijk buiten. Ze plaatsen hen zelfs op brute wijze buiten de beschaving.

Dat laatste besefte ik opnieuw toen ik gisteren in Trouw het essay van filosoof Ruud Welten las over structureel geweld. ‘Onze zogenaamde beschaving sluit mensen uit en dat is een vorm van structureel geweld,’ schrijft hij. ‘In plaats van zich te bekommeren om de ander, bouwt onze samenleving een muur om zichzelf om de ander buiten te sluiten en te laten creperen.’ In onze beschaving zijn de tegenstellingen misschien nog niet zo extreem als in de Vijf Gewesten, en is de muur (meestal) niet letterlijk zichtbaar, maar het principe is hetzelfde. Door anderen buiten te sluiten, denken we onszelf te beschermen, maar wat werkelijk gebeurt is dat we de ander geweld aandoen. En die ander reageert op dit onrecht met zijn of haar eigen geweld.

Nu wil ik hier natuurlijk geen pleidooi houden voor (de rechtvaardiging van) terroristische aanslagen. Er is ook nog zoiets als individuele verantwoordelijkheid en morele grenzen. Maar wie bepaalt die grenzen? En wat heb je aan die grenzen als wij zelf als ‘beschaafde samenleving’ niet goed ons eigen geweld kunnen herkennen? Welten stelt voor om geweld niet als alleen het toebrengen van fysieke schade aan een ander te beschouwen. Geweld houdt in dat we anderen hun fysieke menselijkheid ontzeggen. Dat iemand wordt gestigmatiseerd om zijn (sociale of etnische) afkomst, of dat hij bijvoorbeeld niet de opleiding kan volgen die hij wil.  En, zo zegt Welten, voor dit geweld hebben we tegenwoordig geen kampen of leger meer nodig. In analogie met Overstroomd: hoge muren en Droogwachters. Collateral damage noemt Welten met Zygmunt Bauman de ‘structurele bijkomstige schade’ die onze eigen beschaafde Westerse wereld achter zich aansleept  in de vorm van sociale ongelijkheid, extreem veel beveiliging, bureaucratie en intimidatie.

Ik vond zijn ideeën confronterend, maar tegelijkertijd heel inzichtelijk. We kijken eigenlijk de verkeerde kant op, is zijn conclusie, net als de Drogen de verkeerde kant op kijken. En dat kan flinke gevolgen hebben…

Bron: ‘Wie is er begonnen?’ van Ruud Welten in Letter & Geest, 22 september 2012, Trouw.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.